Ga naar hoofdinhoud

Franse religieuze kunst

Jean Bazaine, Georges Braque, Marc Chagall, Fernand Léger, Jacques Lipchitz, Alfred Manessier, Ossip Zadkine

Bazaine, Jean

Braque, Georges

Chagall, Marc

Léger, Fernand

Lipchitz, Jacques

Manessier, Alfred

Zadkine, Ossip

Van 03.02.1951 tot 14.03.1951

Groepstentoonstelling - Symposia - Opening 03-02-1951 : A. Guilhau (cultureel attaché Franse ambassade). - Inleiding : E.L.L. de Wilde. - Curator E.L.L. de Wilde m.m.v. Bernard Dorival (conservator Musée National d'Art Moderne, Parijs) - Opmerkingen: Tentoonstelling was een gedeeltelijke overname van 'L'Art Sacré' in het Parijse Musée Nationale d' Art Moderne (1950-1951) - Verslag reis E.L.L. de Wilde naar Parijs, 03-01-1950 : Tentoonstellingsarchief 1936-1989, inv.nr. 31. - Correspondentie m.b.t. tentoonstelling: Brief E. de Wilde aan L. Janssens, 20-07-1950 : Beheersarchief 1936-1979, inv.nr. 68 ; Brief E. de Wilde aan het College van B&W, 00-08-1951, Beheersarchief 1936-1979, inv.nr. 68 ; Brief P.A. Regnault aan E. de Wilde, 00-02-1951, Tentoonstellingsarchief 1936-1989, inv.nr. 31 - Met documentatie

Onder invloed van de Franse Dominicanen kregen in de jaren vijftig steeds meer hedendaagse kunstenaars opdracht om religieuze kunstwerken te maken voor kerken, kloosters en de openbare ruimte in Frankrijk. Door contemporaine kunstenaars te benaderen ondernamen deze geestelijken pogingen de in hun ogen in verval geraakte religieuze kunst nieuw leven in te blazen. Franse religieuze kunst was een gedeeltelijke overname van 'L'Art Sacré. Euvres Françaises des XIXè et XXè siècles'. De tentoonstelling Franse religieuze kunst zou in deze context in Nederland van groot belang blijken vanwege de kunstenaarskeuze en thematiek, maar ook vanwege de ongekend kritische publiciteit die het genereerde. Het feit dat niet-katholieke en zelfs joodse en communistische kunstenaars in Frankrijk kerkelijke opdrachten kregen en in deze tentoonstelling waren opgenomen was in het verzuilde Nederland en met name in het katholieke Zuiden een punt van dispuut : "Hoe kunnen kunstenaars als Chagall, Lipschitz, Zadkine christelijk voelen!", vroeg de Nederlandse verzamelaar Regnault aan directeur De Wilde. Het landelijke weekblad De Tijd organiseerde zelfs een symposium in het patronaatsgebouw Katholiek Leven in Eindhoven. Welgeteld 600 bezoekers debatteerden over de controverse die was ontstaan. De opvatting dat moderne kunst fungeerde als een uiting van levensbeschouwing leverde uiteindelijk een argument voor de betekenis en de waarde van moderne kunst. Zij vormde mede de rechtvaardiging voor de opbouw van een collectie hedendaagse kunst in Eindhoven. Na 1951 werd nog jaren in katholieke gildebladen gediscussieerd over deze baanbrekende expositie. In conservatieve kringen werd zelfs gesproken over "de eerste georganiseerde aanval in Nederland op het bolwerk van de kerkelijke kunst"