Van Abbemuseum krijgt schilderij van Karel Appel
Portret van Rudi Fuchs
De collectie van het Van Abbemuseum is uitgebreid met een door Karel Appel gemaakt portret van voormalig museumdirecteur Rudi Fuchs. Karel Appel (1921-2006) maakte het Portret van Rudi Fuchs in 2005, in de nadagen van zijn leven, een periode waarin hij experimenteerde met het gebruik van TL buizen. Het was een laatste wens van Karel Appel dat het schilderij in overleg met Rudi Fuchs naar een toepasselijk museum zou gaan. Het werd het Van Abbemuseum, de plek waar Fuchs van 1975 tot 1987 directeur was en waar momenteel een reconstructie te zien is van zijn collectiepresentatie uit 1983. Huidig directeur Charles Esche: “Wij zijn erg blij dat we een van de laatste schilderijen van Appel in de collectie kunnen opnemen. Het werk maakt duidelijk hoe belangrijk de relatie tussen conservator en kunstenaar sinds de jaren tachtig is geworden.” Charles Esche en Rudi Fuchs hebben het portret een plaats gegeven in een van de zalen van de tentoonstelling Vreemd en vertrouwd, onderdeel van Play Van Abbe. Het werk is daar tot en met 21 maart te bewonderen. Het schilderij werd nog niet eerder geëxposeerd.
Vernieuwing
Appel was tot aan het eind van zijn leven bezig zijn werk te vernieuwen en in die drang naar vernieuwing zocht hij steeds andere materialen om in zijn werken toe te passen. Het Portret van Rudi Fuchs maakt deel uit van een reeks werken uit 2005, toen Appel voor het eerst TL buizen in zijn schilderijen gebruikte. Naast het portret bestaat deze serie uit een sculptuur en acht andere doeken, waaronder een serie van vijf erotisch getinte werken getiteld (Love no. 1 - Love no. 5). Deze Love serie was in 2005 te zien in een opstelling in het Haags Gemeentemuseum. Met name in de jaren vijftig en tachtig heeft Appel een aantal portretschilderijen gemaakt van onder meer Willem Sandberg, voormalig directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam, en jazz musici als Dizzy Gillespie, Miles Davis, Count Basie en Sarah Vaughan. Sinds de jaren tachtig hebben Appel en Fuchs veel met elkaar samengewerkt. Fuchs schreef verschillende teksten over Appels werk en stelde diverse belangrijke tentoonstellingen samen, waaronder Karel Appel, Ik wou dat Ik een Vogel was, een grote overzichtstentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum in 1990, en Karel Appel, Onderweg. Reis van Rudi Fuchs langs de Kunst der Lage Landen in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel in 2004-2005. Tot aan Appels dood hebben ze een intensief contact met elkaar onderhouden.
Het portret in het Van Abbemuseum
Rudi Fuchs bood het werk aan aan het Van Abbemuseum, waar hij van 1975 tot 1987 directeur was. Op dit moment is in het Van Abbemuseum een reconstructie van Fuchs’ Zomeropstelling 1983 te zien als onderdeel van het 18 maanden durende programma Play Van Abbe. Het portret wordt toegevoegd aan de tentoonstelling Vreemd en Vertrouwd, ingericht door de huidige directeur Charles Esche. Een van zijn zalen is gewijd aan portretten van diverse kunstenaars. Het werk met de beeltenis van Fuchs krijgt een plek op de portretmuur, tussen werken van onder meer Sasnal, Toorop en Otto-Knapp. In dezelfde zaal is ook het werk Untitled (to a man, George McGovern) van Dan Flavin te zien. Dit “portret”, dat geheel bestaat uit ronde tl-buizen, is opgedragen aan George McGovern, de Amerikaanse presidentskandidaat die in 1972 de verkiezingen verloor van Nixon.
Karel Appel en het Van Abbemuseum
Vanaf de tweede helft van de jaren vijftig verzamelde het Van Abbemuseum het werk van de Cobra kunstenaars. De Cobra groep, een groep jonge ‘revolutionaire surrealisten’, waarvan Karel Appel in 1948 een van de oprichters was, wilde een volstrekt nieuwe kunst creëren die, geheel vrij van alle voorafgaande klassieke kunststromingen en tradities op een beeldende manier uiting zou geven aan de meest vitale en existentiële drijfveren van de mens. In 1961 organiseerde het Van Abbemuseum solotentoonstellingen met het werk van Appel en Corneille. Het museum bezit nog 15 andere werken van Karel Appel, waaronder De veroordeelden. Hommage à Rosenberg uit 1953, De Ruiter uit 1957 en Sculptuur uit 1961.


